Op de ezel in het atelier staat dit schilderij van 95 x 120 cm. Het is een studie voor een veel groter doek van 150 x 180 cm, of misschien wordt het wel groter. Titel is ‘herfst aan de waterkant’. Het is eind 2018. Ik heb er de afgelopen weken aan gewerkt. Spannend vind ik het. Er gebeuren nieuwe dingen.

Terwijl de dagen korter worden en het buiten koud is, is het rond mijn atelier in Clingendael nog steeds een feest van diepe herfsttinten. Zelfs als de zon niet schijnt heeft de bodem kleur en is het nooit somber in het beukenbos.
Ik geniet van het lage licht en hoe de dingen van binnenuit lijken te gloeien wanneer de zon ondergaat. De schemering is schitterend en mysterieus.
De bijna kale bomen laten hun naakte takken weer zien. Aan de uiteinden zijn de ontroerende bladknopjes voor volgend voorjaar al te zien.
De nieuwe cyclus is ingebed in dit moment. De lente is in de kiem al aanwezig.
Terwijl de kauwen scharrelen tussen de bladeren en de duiven blauwer lijken dan in de zomer vanwege het complementair contrast met het bruin/oranje van de afgevallen bladeren om hen heen, verlustig ik me aan al die kleuren en prijs me gelukkig dat ik omringd ben door zoveel schoonheid.

Ik heb het grootste deel van mijn schilderloopbaan vooral vanuit de vlek en met het vloeiende principe gewerkt. Dat doe ik nog steeds, maar steeds meer trekt mijn oog naar de prachtige structuren die ik dagelijks om mij heen zie van de grassen en de bomen. Ze werken op mij in en hebben mij iets te vertellen.

Ik ben helemaal in mijn element in Clingendael waar ik sinds maart 2018 een atelier heb.
Het is alsof alles hier kan samenkomen. Zoals een hond die maar rondjes blijft draaien bij het willen gaan liggen, ben ook ik nu met een tevreden zucht geland op de juiste plek.
Hier.
Alles is goed. Het vloeiende in mijn wezen heeft eindelijk haar plek, en daarmee dus ook haar structuur en functie gevonden.

Er zijn voor een schilder binnen een schilderij veel ballen tegelijkertijd in de lucht te houden. Maar in het bos gaat alles moeiteloos: de blaadjes vallen waar ze willen en gaan waarheen de wind hen voert.
Kon het voor verf op het doek ook maar altijd zo ‘eenvoudig’ zijn. Soms is er weinig weerstand en ontstaat een schilderij moeiteloos en soms is het een worsteling voordat het beeld haar uiteindelijke ‘goede’ vorm heeft.
Er is voor het maken altijd intentie nodig. Helderheid en overzicht. Souplesse in in- en uit zoomen. Durven laten gaan en laten komen. Kunnen wachten…vertrouwen houden als er iets nieuws wil komen en het is er nog niet….

Ik merk al werkend dat een herinnering aan een schilderij van een van mijn lievelingsschilders, Pierre Bonnard, mij diep van binnen van schilderbrandstof voorziet tijdens het schilderen. Het toont ons zijn atelier in Le Cannet, met Mimosa. 127,5 x 127,5 cm (Musée National d’Art Moderne, Parijs).

Ook al lijkt mijn schilderij niet op het zijne, toch speelt het op de achtergrond mee. Misschien is het ontstaan vanuit eenzelfde verlangen om de overweldigende kleuren en de structuren te kunnen bevatten. Om al deze schoonheid te kunnen omhelzen en daar helemaal in op te kunnen gaan zonder erin te verdrinken.
Het atelierraam en natuurlijk het doek zelf bieden een doorkijk en een kader om deze indringende schoonheid te kunnen dragen.
De horizontale takken boven in mijn schilderij hebben eenzelfde functie als het atelierraam. Ze geven mij als maker (en ook als kijker) een anker zodat ik nog enig idee heb waar de grond is. De takken geven diepte en focus in een grote hoeveelheid vormen en structuren.
Ik draai mijn doek met de schildering naar de muur en kijk er een tijd niet naar. Dan kijk ik weer opnieuw met een verse blik.
Wat zie ik? Wat trekt mijn aandacht? Waar blijft mijn oog haken?
Er zit iets universeels in het beeld wat mij wel bevalt; alsof je de lente, herfst en winter tegelijkertijd ziet. Er is een balans tussen een opgaande en neergaande beweging, het cyclische van de natuur wordt voelbaar.
Maar toch weet ik het nog niet. Moet de rechterkant sterker?
Misschien moeten er nog wat meer schilderblaadjes in mij vallen, dan een paar keiharde hagelbuien eroverheen, woeste streken van storm en dan weer stille vrieskou en zonneschijn.
Ik moet nog even wachten. Nog langer kijken. Het in mij laten dwarrelen en bewegen net zo lang totdat alles op zijn plek valt….
En dat doet het.
En dan begin ik aan de grote versie (150 x 180 cm). Op deze foto is het schilderij nog niet helemaal af.

“Hoe weet je wanneer een schilderij af is?” wordt mij vaak gevraagd. In dit geval was het heel duidelijk: ik was bezig met het toevoegen van blaadjes in diverse gelen, okers en aubergine tinten, bovenin het doek. Steeds een stap achteruit: is het al genoeg…
Ik schilderde een citroengeel blaadje en ik ‘zag’ het schilderij uitademen! Alles ontspande en viel op zijn plek. Er ontstond een nieuwe ruimte.
Toen wist ik dat het klaar was.

